dinsdag 8 juni 2010

Dharamsala - McLoyd Ganj

Zondagochtend verliet ik Amritsar voor Dharamsala, een ‘hillstation’ opgericht door de Britten in het Noordwesten van de staat Himachal Pradesh. Eigenlijk vertrok ik naar McLeod Ganj, het kleine dorpje iets verderop de berg dat wereldwijd bekendheid verwierf toen de Dalai Lama hier onderdak werd geboden na zijn vlucht uit Tibet in 1959. Sinds dat jaar is er een grote instroom van Tibetaanse vluchtelingen gekomen die ‘His Holiness’ hebben gevolgd. Momenteel is het ook enorm populair onder toeristen, voornamelijk Westerse hippies (jong en oud), maar ook onder Indiers.

Na een relatief vlot dagje in twee verschillende bussen (Amritsar – Pathankot – Dharamsala), viel onze bus stil enkele kilometers voor aankomst. Gelukkig kon ik samen met mijn Indische reisgenoten snel mee met een andere bus en nam ik rond 18u de taxi naar McLeod Ganj. Wat ik spijtig genoeg niet wist, was dat het hoogseizoen was voor de plaatselijke hotels. Bij de eerste drie plaatsen waar ik ging horen, was dan ook geen enkele kamer meer. Hierdoor was ik genoodzaakt om een iets duurdere (en luxueuzere) kamer te nemen, maar met zijn 15euro nog schappelijk, zeker aangezien ik ‘s avonds de match van Justine Henin nog op mijn kamer kon volgen, nadat ik iets was gaan eten in het nabije restaurant.

De volgende ochtend de hoofdstraat richting dal afgewandeld, lekker gaan ontbijten in een moderne koffiebar (Moonpeak espresso) en de Tibetaanse tempel bezocht. Spijtig genoeg geen enkel spoor te zien van de Dalai Lama. Hierna de wandeling richting Dal Lake gedaan. Eerst een uur langs een licht oplopend bospad naar de ‘Tibetan Refugee School’ gestapt, waar ik wat foto’s kon nemen van het zeer gezellige en drukke dorpsplein waar men een feest aan het voorbereiden was.

Hierna de resterende 15min naar het meer gestapt, wat spijtig genoeg leeg stond. Dan maar terug naar McLoyd Ganj om te gaan lunchen in een uitstekend Tibetaans restaurantje met dakterras in het centrum van het dorpje. Ik ging voor de chicken thukpa, aangezien ik die nog nooit heb geprobeerd bij ons lokaal Tibetaans eethuis in Delhi. Een soort sterk gekruide noedelsoep met kip. Afgesloten met een sterke citroenthee met gember en honing. Totale kostprijs: 1.50euro.
In de namiddag de steilere klim naar Bhagsu gemaakt. Dit bleek een nog kleiner gehucht van Dharamsala te zijn met slechts 1 straat. Via een ruime omweg terug naar mijn hotel gestapt en ‘s avonds gaan eten in Nick’s Italian Restaurant voor een lekkere pizza. Aangezien ik deze twee dagen alleen op stap was, nam ik genoegen met het gezelschap van het uitstekende boek ‘Area of Darkness’ by V.S. Naupaul dat perfect India op een literaire wijze kan beschrijven, ter voorbeeld:

"In Europe and elsewhere the favoured bunk in a railway sleeper is the top
bunk. It is more private and less liable to disturbance from dangling feet or
opening doors. In India, however, where the top bunk has the added advantage of
being freer of dust, the lower bunk is preferred, not because it is easier to
spread one's bedding on it - there are porters and servants to do that - but
because climbing on the top bunk involves physical effort, and physical effort
is to be avoided as a degradation."

De volgende ochtend was ik al vroeg op stap naar mijn Tibetaanse kookles, maar toen ik daar aankwam kwam de dochter van de chef me vertellen: “The master is not here! He went to see his Holiness at the temple.”. Ik dus snel, voor de tweede dag op rij, richting Tempel in de hoop de Dalai Lama te kunnen spotten. Jammer genoeg, weer geen enkele wagen te zien in het complex. In het souvenirstalletje vertelde men mij dat hij tussen 7 en 8 naar zijn woonst was gekomen, maar nu alweer op stap was, maar hij ging misschien nog terugkomen.
Ter afwachting trok ik dus opnieuw naar mijn goede koffiebar om ontbijt te gaan nuttigen. Na 10min zag ik echter verrassend veel locals ineens stilstaan naast de baan. Ook een Europese hippie die naast me zat (en eruit zag of hij er al enkele jaren vertoefde) spurtte naar buiten met zijn handen in bidvorm voor zijn borst, net als de locals. Toen ik een eerste jeep zag voorbijrijden, begreep ik wat er gebeurde. In de tweede jeep van het convoy zat namelijk de Dalai Lama, met een grote glimlach iedereen op zijn beurt te begroeten. Uiteraard was hij ook even rap verdwenen, maar ik bleef met een gelukzalige glimlach zitten terwijl buiten het leven rustig verder ging alsof er niets was gebeurd.


Hierna trok ik nog even terug naar de tempel om een ander bekend tafereel te zien: het argumenteren van de monniken. Als oefening voor hun argumentatieve talent zitten ze per drie of vier bij elkaar, waarop er om beurte een monnik rechtstaat die vragen beantwoordt van de anderen. Elke keer hij een argument maakt klapt hij zijn handen en stampt op de grond om het kracht bij te zetten. In de tempel zelf werden ook verschillende tafels vol theelichtjes aangestoken.

Mijn kookles was naar de namiddag verschoven, dus trok ik opnieuw naar ‘the master’. Samen met twee meisjes uit Spanje, een jong koppel en nog twee meisjes uit UK en een Australische zouden we momo’s, de Tibetaanse dimsum’s, leren maken. De master bleek een grappige man en het momo’s maken was best leuk. We maakten twee vegetarische versies en een zoete als dessert. Spijtig genoeg moest ik mijn momo’s als eetpakket meenemen, want mijn bus zou 10min na het stomen al vertrekken.


Rap liep ik dus de beregende straten door op zoek naar mijn nachtbus richting Delhi. Net voor vertrek kon ik nog aan boord en tot mijn blijde verbazing zat de bus vol jonge buitenlanders. Mijn buurman was echter een oude brit, die leek op een soort miniatuur versie van Mickey Rourke in ‘The Wrestler’, maar dan met een zeer kort broekje aan. Al snel begon hij te praten over zijn speciale ziekte (Post-Traumatic Stress Disorder) die maar niet erkend werd door dokters, zijn uitkering van de Britse regering vanwege deze ‘aandoening’, Goa in the Seventies, het feit dat hij niet geloofde in carbon trading, de complotten die de banken en de regeringen opzetten en vooral over zijn reizen naar India sinds diezelfde Seventies, steeds opnieuw naar Goa en Dharamsala. Uiteraard de hippie plaatsen bij uitstek. Afsluiten deed hij met “I hope I don’t sound like a left-wing extremist!”. Al moet ik toegeven dat zijn argumenten wel redelijk steek hielden, vond ik het toch vreemd dat werken er niet in zat, maar India rondtrekken wel… Na zijn vele pleidooien heb ik maar gedaan of ik sliep en kwamen we om 6u ‘s morgens aan in Noord Delhi, alwaar ik een paar uur later terug op het werk moest zijn.

vrijdag 4 juni 2010

Amritsar

“Make sure you drink lassi when you go to Amritsar!” zei mijn collega Dhruv, zelf afkomstig uit de Punjab, vorige vrijdag toen ik op kantoor vertrok. Hij voegde er nog aan toe “Actually all food tastes better in Punjab.”

Toen ik zaterdag ochtend – na een tiental uur op een rammelende bus – het Punjabi landschap zag, begreep ik zijn woorden. De hele staat is een vruchtbare, groene valley, grenzend aan de meer bergachtige staten Jammu&Kashmir en Himachal Pradesh. Amritsar zelf daarentegen is eerder stoffig, heet (net als in Delhi +45°C) en vol opdringerige Punjabi’s die maar al te graag met ‘vreemdelingen’ willen praten en op de foto willen. Maar het heeft een schitterend monument in het midden van de drukte: de Hari Mandir Sahib of makkelijker ‘The Golden Temple’, de heiligste plaats van het Sikhisme.
Tijdens de jaren ’80 voerden seperatisten die een onafhankelijke Sikh staat wouden oprichten felle betogingen tegen de Indische regering. Tijdens deze periode werd de golden temple door hen ook bezet. In 1984 besloot toenmalig eerste minister Indira Gandhi om het leger in te zetten om hen uit de tempel te zetten. Dit liep echter uit op een bloedbad. Enkele maanden later werd Mrs. Gandhi trouwens vermoord door haar Sikh bodyguards.

Bij aankomst eerst gaan eten bij de Brothers Dhaba. Een matige rice thali, maar een zeer lekkere mango lassi. Dhruv had gelijk! Hierna meteen de Golden Temple bezocht, wat absoluut de moeite was. Hierna een jeep gehuurd om naar de Pakistaanse grens te rijden voor het befaamde ‘closing of the gate’. Een dagelijks schouwspel waarbij de Indische en Pakistaanse grenswachters een fictieve strijd voeren door hard op de grond te stampen, om ter langst te kunnen reopen en andere hilarische krijgsvormen. Mijn reisgenoot Sacha heeft een kleine video hiervan op youtube gezet. Dit spektakel wordt elke dag druk bezocht door honderden Indiers die luidop “Hindustan, Zindebad” (Lang leve Hindustan) schreeuwen en op de grensweg op Bollywood hits mogen dansen.

Via Sacha zijn baas hadden we trouwens een blad meegekregen, getekend door de ‘Attorney General of the State of Punjab’, dat iedereen die het las de boodschap gaf om ons de best mogelijke service te geven. Hierdoor kregen we VIP plaatsen net naast de grenspoort.
‘s Avonds gaan eten in Makhan, de aanrader van de Lonely Planet. De keuken bestond uit enkele potten aan de rand van de straat en het clientele bestond uitsluitend uit nors kijkende mannen met een grote fles whiskey op tafel, maar het eten was goed. We gingen voor een typisch Amritsari gerecht: Fried Fish with chili, lemon and garlic. De ‘obers’ gingen voor ons bier kopen in de Beershop aan de andere kant van de straat en wij waren content.
Hierna nog eens naar de Golden Temple gegaan om hem bij nacht te kunnen bezichtigen wat zowaar nog indrukwekkender was. Net voor sluiting kon ik nog rap de tempel zelf in, waar vier priesters continu heilige liederen zingen samen met een paar 'muzikanten'. Alle Sikhs nemen ook een slok water uit het meer, maar hier heb ik toch maar gedaan alsof.

Meer foto's hier!